Persvrijheid ook in Nederland niet vanzelfsprekend. Wie beschermt haar?

1 mei 2019 -

Over fake news, opportunistische politici, media op drift en een slechte reputatie.

De Internationale Dag van de Persvrijheid wordt elk jaar op 3 mei gevierd, maar eigenlijk moet elke dag een feest van de persvrijheid zijn. De dag werd in 1993 door de Verenigde Naties ingesteld om het belang van persvrijheid aan te geven. Het gaat bij dit grondrecht om respect voor journalisten die hun vak ongehinderd en onafhankelijk moeten kunnen uitoefenen. Samen met een divers medialandschap is dat een belangrijke pijler van een gezonde democratie. Zo’n internationale dag heeft echter weinig zin zonder het besef dat de persvrijheid wereldwijd ernstig wordt bedreigd en dat die actief moet worden beschermd. Ook in Nederland. Ons land is recent een plek gedaald op de wereldranglijst van Reporters without Borders.

Bedreiging van de persvrijheid kent vele gezichten en is vaak dichterbij huis dan we denken. Dus bijvoorbeeld niet alleen in Turkije waar de staat (lees AK-partij) kritische journalisten stelselmatig de mond snoert en gevangen zet. Dichterbij is de serieuze bedreiging door fake news. Dit fenomeen dringt ongehinderd en permanent ons leven binnen met alle schadelijke gevolgen van dien. Soms met Staten als afzender die trollen gebruiken om de publieke opinie of organisaties te manipuleren, soms door particulieren of bedrijven die chaos creëren of beurskoersen manipuleren. En soms door media zelf, bewust of onbewust.

Fake news

Fake news is weliswaar van alle tijden, maar door social media meer dan ooit een bedreiging voor de geloofwaardigheid van de reguliere media. Het is een fenomeen met veel impact, dat journalisten steeds vaker in het defensief drukt. En het gaat verder. Journalisten worden steeds vaker online (anoniem) bedreigd of geïntimideerd en daarmee in hun werk belemmerd.

Andere uitdagingen zijn er ook. Zoals burgers die zich steeds vaker als journalist manifesteren, maar zich niet houden aan journalistieke gedrags- en spelregels. Mediabedrijven zelf hebben het commercieel steeds moeilijker. Teruglopende verkoopcijfers en abonnees, shifting powers van print en televisie naar online, overnames, minder advertenties, weinig geld voor goede onderzoeksjournalistiek en innovatie komen daar nog eens bij. De lijst van uitdagingen is natuurlijk langer.
Persvrijheid afbeelding 3_742x544

Slechte reputatie

Iets dat ook niet helpt, is de relatief slechte reputatie van journalisten. Op de ladder van maatschappelijk aanzien scoort het beroep niet goed. Sterker nog, het daalt al jaren op de ladder. Uit regelmatig Nederlandse reputatieonderzoek blijkt dat het beroep journalist (58e) steevast ver onder die van profvoetballer (25e) en makelaar (34e) staat. Dat is een veeg teken en verdient discussie.

Een belangrijke oorzaak is dat journalisten de macht en status quo in samenlevingen voortdurend op de proef stellen en een kritische spiegel voorhouden. Tenminste, als ze hun werk goed doen. Dit dient een hoger doel, maar maakt hen niet populair. Deze waarheidsvinding in combinatie met openheid van overheden en andere organisaties/bedrijven, is echter nodig burgers de kans te geven hun eigen mening te vormen. Als dit gebeurt op basis van de juiste feiten draagt het bij aan een gezonde democratie.

Vijand van het volk

Er zijn ook verplichtingen. Journalisten moeten hun werk verantwoordelijk en degelijk doen, hoor en wederhoor toepassen en foute berichtgeving herstellen. Zeker in een tijd waar zoals gezegd fake news hun autoriteit en geloofwaardigheid ondergraaft. Ultiem voorbeeld is President Trump die bijna dagelijks spreekt over fake news als ‘de vijand van het volk’ en de ‘oneerlijke media’ die het de wereld in slingeren. Ook sommige Nederlandse politieke partijen doen een duit in het zakje, zoals DENK en Forum voor Democratie.
Persvrijheid afbeelding 2_742x544
Complicerend is dat ‘de media’ zelf meewerken aan het verspreiden van fake news. Ze verspreiden dagelijks veel nieuws zonder voor publicatie de feiten te checken; ze doen dat pas later of helemaal niet. Gemakzucht, scoringsdrift, onlineredacteuren niet opgeleid als journalist en bezuinigingen zijn belangrijke redenen voor deze ‘copy paste’ journalistiek. Techbedrijven zoals Facebook en Google spelen hierbij ook een cruciale rol, nog los van het feit dat ze alle advertentiegelden opslorpen.

Partijdig

Daarnaast worden journalisten die neutraal verslag doen van een belangrijk nieuwsfeit of neutraal duiden steeds schaarser. En journalisten die bewust of onbewust hun mening vermengen met het nieuws steeds talrijker. De nationale talkshows op tv zitten er vol mee. De eigen mening lijkt vaak een doel op zich; permanente activistische journalistiek lonkt om de hoek. Daarmee verdwijnt de ultieme grens die journalisten scheidt van betrokken of boze burgers en worden zij partij bij maatschappelijke discussies en issues. Als deze trend doorzet dan verliezen burgers verder het vertrouwen in onafhankelijke en neutrale media en dat zou tragisch zijn.

Logisch gevolg van al deze ontwikkelingen is dat journalisten meer moeten openstaan voor kritiek en proactief de dialoog moeten zoeken om beter en vaker uit te leggen waarom ze doen wat ze doen. Podcasts of een ombudsman zijn bij lange na niet voldoende om het geschonden vertrouwen in media te herstellen. Dit is misschien wel de grootste uitdaging van de pers in de vrije wereld. Het vereist een andere, modernere opvatting van journalistieke onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid om te voorkomen dat het principe van persvrijheid niet van binnenuit in de samenleving wordt uitgehold. De ultieme bewakers van de persvrijheid blijven natuurlijk onze politici en bestuurders. Als die verzaken dan dooft het licht. Maar zij kunnen niet zonder hulp van de media zelf.

Alex de Vries

Persvrijheid afbeelding 4_742x445