We worden minder creatief. Hoe komt dat en wat zijn de tactieken om creativiteit te stimuleren?

30 juli 2019 -

Tijdens mijn bezoek aan C-Day19 dat georganiseerd is door Logeion, de Nederlandse beroepsorganisatie voor communicatieprofessionals, heb ik deelgenomen aan de fasterclass High speed Creativity- technieken vanuit design thinking van Rody Vonk. Hij had het over een interessant onderzoek van de Amerikaan Dr. George Land dat laat zien dat de creativiteit bij volwassenen ontzettend daalt. Daarnaast deelde hij tactieken om creativiteit te stimuleren. Voordat ik daarop inga deel ik eerst de schokkende resultaten.

Het onderzoek is als eerst uitgevoerd onder 1.600 kinderen van 5 jaar oud. De kinderen die deelnamen aan het onderzoek scoorde 98 procent op geniaal niveau. 5 jaar later nemen dezelfde kinderen opnieuw deel aan hetzelfde onderzoek. De bevindingen waren schokkend, want nu scoorde slechts 30 procent op geniaal niveau. Weer 5 jaar later werd hetzelfde onderzoek uitgevoerd bij dezelfde kinderen, inmiddels op de middelbare school. De creativiteit was gedaald naar slechts 12 procent. Gefascineerd door deze studie besloot Dr. Land hetzelfde onderzoek uit te voeren bij volwassenen van 25 jaar en ouder met een gemiddelde leeftijd van 31 jaar. Minder dan 2 procent van alle volwassenen scoorde op geniaal niveau.

Toen Rody Vonk dit vertelde moest ik meteen denken aan mijn zoon van 7 jaar die op een ochtend twee verschillende sokken aan had. Een rode en een blauwe sok. De kleuren kwamen overeen met zijn Barcelona tenue dat hij aan had. Ik wilde hem corrigeren vanuit de overtuiging dat sokken een even paar moeten zijn, maar slikte mijn woorden in. Wat mij weerhield was zijn enthousiasme en vreugde dat de sokken nu overeenkwamen met de kleuren van zijn tenue. Hij vond het prachtig en durfde zijn creativiteit te laten zien en was daar trots op!

Convergent en divergent thinking

Hoe komt het dat kinderen veel creatiever zijn en dat de creativiteit vermindert naarmate we volwassen worden? Volgens Dr. Land zijn er twee manieren van denken. Divergent thinking, het genereren van nieuwe ideeën en oplossingen en convergent thinking, het oordelen, testen van dingen om tot een beslissing te komen. Binnen het onderwijs leren we divergent thinking en convergent thinking met elkaar combineren. Naarmate we ouder worden, schieten we door in convergent thinking. Hiervan zal ik de twee belangrijkste redenen uitleggen.

Vooroordelen en faalangst

Wij, volwassenen, executeren een idee door te zeggen dat het toch niet zal lukken, dat de baas het niet goed zal vinden, dat het niet realistisch is, dat het te moeilijk is en ga zo maar door. Daarbij hebben we angst voor falen, wij zijn bang om fouten te maken, te worden uitgelachen, bespot of afgekraakt te worden door anderen. Gelukkig kunnen we ons brein trainen en stimuleren door vaker vanuit divergent thinking te denken. Hoe we dat kunnen doen, geef ik je mee met een aantal tips van Dr. Land en Rody Vonk.

Durf weer creatief te zijn
Geef je niet over aan angst en durf creatief te zijn in de gekste zin. Als je op zoek bent naar een oplossing noteer dan in 2 minuten alle ideeën die in je opkomen. Selecteer de beste ideeën en ga daarmee verder.

Maak fouten
We leren het beste als we fouten maken. Heb meer vertrouwen in jezelf en geef schaamte minder plek. Zeg dus vaker ‘ja, en’ in plaats van ‘ja, maar’.

Train je brein
Dit kun je doen door een object voor verschillende doelen in te zetten. Neem bijvoorbeeld een vork en bedenk waar je het nog meer voor kan gebruiken, behalve ermee eten.

Als volwassenen worden we langzamerhand minder creatief. Vooroordelen en angst voor falen zijn de belangrijkste belemmeringen van creativiteit. Indien wij durven om weer creatief te zijn en ons brein weten te trainen, kunnen we vaker denken vanuit divergent thinking. Aan de hand van het onderzoek van Dr. Land en de presentatie van Rody Vonk concludeer ik, dat ik iets van mijn zoon kan leren. Hij toonde lef en enthousiasme om zijn creativiteit te laten zien. De kunst is om dat vast te houden, ongeacht je leeftijd.